Geschiedenis

Reeds in het jaar 1482 stond hier een houten standaardmolen. Tot de heerlijke rechten van de eigenaren van de heerlijkheid Bronkhorst behoorde tot 1795 het recht op gebruik van de wind. De inwoners van Bronkhorst waren verplicht om op deze molen hun koren te laten malen (molendwang).

In 1803 verkocht F.A. Graaf van Limburg Stirum de molen aan Jan Breukink. In 1844 is de molen in de nacht van 17 op 18 mei afgebrand. Zijn zoon Christiaan en zijn echtgenote Wendelina Hermina Kets lieten de huidige stenen molen als opvolger van de verbrande molen bouwen. Na Breukinks dood was zijn weduwe tot 1860 eigenaresse. Tot vlak na de Tweede Wereldoorlog is de molen als maalwerktuig in bedrijf. Toen de wieken stil werden gezet, werd de molen een prooi van het verval.

In 1958 werd door een comité geld ingezameld om de molen deels te laten restaureren, wat in 1960 zijn beslag krijgt. Als eerste molen in Nederland kreeg de molen toen draaipremies en een teller voor de draaiuren. Hierdoor betaalde de overheid mee aan de exploitatie van de molen, die in particuliere handen bleef. Deze constructie gaf aanleiding tot een conflict, waardoor de molen weer stil kwam te staan. Ir W. ten Duis koopt daarna de molen om aan de impasse een eind te maken en brengt de molen onder in een Stichting. De stichting wist allerlei geldbronnen aan te boren, waardoor de molen weer in bedrijf kon komen.

Eigenaren van de molen waren:
G.J. Breukink (1860-1902)
N. Breukink-Schieven (1902-1905)
Chr. Breukink (1905-1914)
A.J. Breukink (1914-1941)
G.H. Breukink (1941-1955)
H.J.E. Breukink (1955-1980)